Home » Blog » Wielren Weetjes; Fysiotherapie Feitjes bij professionele wielrenners

Wielren Weetjes; Fysiotherapie Feitjes bij professionele wielrenners

Schilderij van Takmaj
Schilderij van Takmaj

Op het moment van schrijven is de Tour de France gaande, één van de meest intensieve sportevenementen die bestaat. Er zijn vele connecties te maken tussen wielrennen en fysiotherapie, zowel bij gezonde mensen als bij mensen die juist klachten krijgen door het wielrennen. In deze blog gaan we hier nog niet op in, ditmaal gaan we in op enkele wielren weetjes bij professionele wielrenners. 

Laten we starten met de Tour de France. De Tour de France wordt dit jaar voor de 102e keer gereden en start vanuit ons eigen land. De Tour startte voor het eerst in 1903 als publiciteitsstunt om kranten te verkopen (1). In de eerste Tour  deed de winnaar, Maurice Garin er zo’n 94,5 uur over; 6 afstanden welke tussen de 8 en 17 (!) uur duurden.  De etappes waren tot wel 471 km lang. De totale afstand was 2428 km, de gemiddelde snelheid 25,7 km/h.  In 2014 reed de winnaar, Vincenzo Nibali, de Tour in 85,5 uur.  De totale afstand was 3656 km, verdeeld in 21 etappes. De gemiddelde snelheid bedroeg 42,8 km/h, een fors verschil met de eerste etappe.

Zwaarte van de Tour de France vs de Vuelta

Vele zaken zijn ondertussen veranderd, waaronder de opkomst van de wetenschap binnen het wielrennen. Met name vanaf 1990 kon er meer data verkregen worden binnen de Tour, gezien het peleton in die tijd begon met het dragen van hartfrequentie meters. Nu kunnen we dan ook bekijken hoe zwaar het is, bijvoorbeeld als men het vergelijkt met de Vuelta, de ronde van Spanje, in 2003;

Fig 1. De Tour de France vs de Vuelta in 2003
Fig 1. De Tour de France vs de Vuelta in 2003 (bron: Lucia et al (2))

In bovenstaande figuur zie je de totale tijd, de tijd in verschillende intensiteit fases (fase 1; lage intensiteit; intensiteit <70% VO2max, fase 2; gemiddelde intensiteit: intensiteit tussen 70% en 90% VO2max, fase 3; hoge intensiteit: intensiteit >90% VO2max), de tijd x intensiteit en de tijd x intensiteit per etappe.  De tijd x intensiteit in zijn totaliteit is bij de Tour de France dus groter dan bij de Vuelta, hoewel de Vuelta 166 minuten in fase 3 doorbracht en de Tour slechts 149 minuten (2). Laten we het een gelijkspel noemen.

Power Output tijdens Tour de France

Hoeveel arbeid (power) levert een wielrenner eigenlijk? Tijdens de Tour de France van 2005 heeft de onderzoeksgroep van Vogt et al hiernaar gekeken (3). De maximale gevonden arbeid was 1338 watt gedurende 15 secondes, wat neerkomt op 17.8 watt/kg lichaamsgewicht. Voor de wielrenners onder ons; in verschillende soorten etappes zien de gemiddelde waardes (van 15 gemiddelde renners, classificatie overall tussen plek 40-150) er als volgt uit:

Power output, heart rate, cadence, and race duration of the different stage types during the Tour de France 
n Power output (W) Rel. power output (W/kg) Heart rate (bpm) Cadence (rpm) Duration (min)
Vlak (gem ± SD) 55 218 ± 21 3.1 ± 0.3 133 ± 10 87 ± 14 251 ± 31
 (min – max) (181 – 244) (2.5 – 3.5) (113 – 143) (79 – 90) (216 – 304)
Semi-mountainous 45 228 ± 22 3.3 ± 0.3 134 ± 8 86 ± 14 317 ± 39
(199 – 256) (2.9 – 3.7) (120 – 143) (82 – 89) (276 – 367)
Mountain 48 234 ± 13 3.3 ± 0.2 140 ± 3 81 ± 15 342 ± 54
(218 – 257) (3.2 – 3.7) (135 – 146) (76 – 85) (260 – 411)

Wanneer we kijken naar de poweroutput per type etappe, krijgen we het volgende vrij indrukwekkende figuur;

Fig 2. Tijd (%) gespendeerd in bepaalde segment Power (watt)
Fig 2. Tijd (%) gespendeerd in bepaalde segment Power (watt)(Bron: Vogt et al (3))

Mocht je je nu afvragen wat je hier nou mee kan? Nou, stap eens op een hometrainer en stel de weerstand eens in zoals hierboven weergeven wordt, zodat je kan voelen hoeveel het is. Beter nog; voer weer eens een Astrand uit en vergelijk de resultaten met de professionals!

Positie op de fiets in relatie tot de rug

De positie op de fiets heeft een directe relatie met de grootte van het frontale vlak en daardoor met de luchtweerstand. Met name op vlakke ondergrond is dit de grootste vorm van weerstand. Hoewel we hier later nog eens dieper op in zullen gaan, maken we nu een koppeling tussen de positie op de fiets en de rug.

Muyor heeft gekeken naar hoe de houding van de rug en het bekken is bij professionele wielrenners. Over het algemeen is de thoracale wervelkolom vlakker tijdens het fietsen dan tijdens het staan bij professionele wielrenners (en waarschijnlijk ook bij amateur wielrenners). Ongeacht welke handgrip positie gekozen wordt op de fiets (hoge grip, middel grip, lage grip, aerodynamisch/tijdrit grip), de lage rug wordt in flexie gebracht waarbij er een kyfose lumbaal ontstaat. Het bekken draait daarbij bij alle zitposities naar voren, welke bij de aerodynamische grip door de grootste afstand vanaf het zadel het grootst is (4). Een conclusie welke overeenkomt met wat je zou verwachten.

Een stap verder kijkend gaan we letten op de lengte van de hamstrings. Ook hier heeft Muyor naar gekeken, waarin opvallend is dat de hamstringlengte een duidelijke relatie heeft met de curvatuur van thoracaal en de stand van het bekken zolang de wielrenner zijn knieën strekt, maar dat deze relatie niet meer aanwezig is zodra de wielrenner op de fiets gaat zitten (in dit geval in lage handgrip positie)(5).

Fig 3. Meten van de lumbale wervelkolom positie in de lower handlebar positie
Fig 3. Meten van de lumbale wervelkolom positie in de lower handlebar positie (Bron: Muyor et al (5))

Blessures tijdens professioneel wielrennen

Helaas komen er bij grote wielerwedstrijden ook blessures voor, zowel traumatisch (valpartijen e.d.) als overbelastingsblessures. In een studie door Barrios et al is gekeken of het type en de incidentie van blessures vroeger anders was dan tegenwoordig. Men vergeleek een groep van 65 wielrenners wie actief waren tussen 1983 en 1995 met een groep van 66 wielrenners wie nog steeds actief zijn (waarbij de blessures tussen 2003 en 2009 geregistreerd zijn).

Een overzicht (6):

Historical group n=65 Contemporary group n=66 Significance*(p)
Total injuries 86 141 <0.05
Trauma 34 (39,5%) 76 (53,9%)
Overuse 52 (60,5%) 65 (46,1%)
Cyclists free from injuries 9 (13,8%) 8 (12,1%) ns
only traumatic lesions 19 (29,2%) 19 (28,8%) ns
only overuse injuries 29 (44,6%) 12 (18,2%) <0.01
both traumatic and overuse 8 (12,3%) 27 (40,9%) <0.01
injury-cyclist ratio 1,32 2,13
cyclists with >1 lesion 0 38 (57,5%)
*Chi-square test with Yates’ correction

Tegenwoordig zijn er dus meer blessures, met name meer traumatische blessures. Deze blessures zitten vooral in de schouder (22,3% in nog actieve groep) en bovenste extremiteit (39,4% in nog actieve groep). Overbelastingsblessures zijn vooral terug te vinden in de knie (36,9% in nog actieve groep), onder andere de patellofemorale klachten (RPPS), tendinopathie van de quadriceps (Jumpers Knee) of biceps femoris, tractus illiotibalis frictie syndroom (Runners Knee). Er is ook een forse toename zichtbaar van cervicale klachten, waar voorheen geen renners hier last van hadden zijn daar nu 7 (10.6%) van gemeld.

Wanneer we kijken naar de incidentie van blessures en we vergelijken de twee groepen met elkaar, dan zien we het volgende (6):

Historical group (Mean exposure time: 5 years) Contemporary group (Mean exposure time: 4 years)
Risk for injury Traumatic injuries Overuse Injuries Total Risk Traumatic injuries Overuse Injuries Total Risk
per year/racer 0.104 0.160 0.264 0.287 0.246 0.533
per racer 0.523 0.800 1.323 1.151 0.984 2.135
per 1000 km 0.003 0.005 0.008 0.009 0.008 0.017
per day of competition/year 0.001 0.002 0.003 0.004 0.003 0.007

Hieruit kunnen we concluderen dat het totale risico op het krijgen van blessures in de loop der tijd is toegenomen, wat wellicht een belangrijke hint is om meer aan preventie te gaan doen.

Een vreemd wielren weetje

Een totaal andere kant van wielrennen, wat niets te maken heeft met fysiotherapie of aanverwante disciplines. Even een vreemd weetje om deze blog mee af te sluiten.

Attractiviteit of aantrekkelijkheid, in de romantische zin des woords, is een onderdeel van sexuele selectie. Mensen vinden mensen mooi onder andere op basis van hoe ze eruit zien; hoe het lichaam en het gezicht eruit ziet (7). Fysieke prestaties is een andere eigenschap waarop sexuele selectie gebasseerd wordt. De wielrenners van de Tour de France hebben een bijzonder indrukwekkend fysiek prestatievermogen en daarbij vormt dit hun lichaam. Blijkbaar gaf dit reden genoeg voor Erik Postma (Universiteit van Zurich) om een onderzoek te doen naar de relatie tussen attractiviteit/aantrekkelijkheid en prestatie bij professionele wielrenners in de Tour de France van 2012. 816 deelnemers (waarvan 72% vrouw) gaven bij 80 wielrenners aan hoe aantrekkelijk zij hen vonden, zonder dat zij wisten wie de wielrenners waren. De prestatie van de wielrenner werd beoordeeld door naar de individuele tijdritten en proloog te kijken en naar de totale tijd welke nodig was om de Tour uit te rijden. Hierna werd gekeken of er een relatie tussen aantrekkelijkheid en prestatie was, met tevens subanalyses o.a. gericht op of deze relatie anders was wanneer de vrouwen de pil slikte of wanneer een man de enquête had ingevuld.

Fig. 5. Aantrekkelijkheid vs Prestatie
Fig. 3. Aantrekkelijkheid vs Prestatie (Bron: Postma E (8))

De conclusie is dat er een positieve, significante (p=0.02, verklarende variantie R²=5,9%) relatie bestaat tussen aantrekkelijkheid en prestatie van de renner, en dat deze relatie het grootst is bij vrouwen die de pil niet slikken.

Dat je het maar even weet.

 

Bronnen:

  1. Santella A, Earnest CP, Marroyo JA, Lucia A. The Tour de France: an updated physiological review. 2012. International Journal of Sports Physiologic Performance.
  2. Lucia A, Hoyos J, Santalla A, Earnest C, Chicharro JL. Tour de Franc versus Vuelta a Espana: Which is Harder? 2003. Medicine & Science in Sports & Exercise.
  3. Vogt S, Schumacher YO, Roeker K, Dickhuth HH, Schoberer U, Schmid A, Heinrich L. Power Output during the Tour de France. 2007. International Journal of Sports Medicine; 28; 756-761.
  4. Muyor JM. The influence of handlebar-hands position on spinal posture in professional cyclists. 2015. Journal of Back and Musculoskeletal Rehabilitation; 28 (1): 167-172.
  5. Muyor JM, Alacid F, Lopez-Minarro PA. Influence of Hamstring Muscles Extensibility on Spinal Curvatures and Pelvic TIlt in Highly Trained Cyclists. 2011. Journal of Human Kenitics; 29; 15-23
  6. Barrios C, Bernardo ND, Vera P, Laiz C, Hadala M. Changes in Sports Injuries Incidence over Time in World-Class Road Cyclists. 2015. International Journal of Sports Medicine; 36; 241-248.
  7. Grammar K, Fink B, Moller AP, Thornhill R. Darwinian aesthetics: sexual selection and the biology of beauty.2003. Biological reviws of the Cambridge Philosophical Society. 78(3); 385-407.
  8. Postma E. A relationship between attractiveness and performance in professional cyclists. 2014. Biology Letters. 10(2).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *